Geschiedenis na 1945
De Havezathe Plekenpol na 1945
De laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog heeft de omgeving van de Mr. A. Th. Ten Houtenlaan veel schade gekregen.
De brug bij de watermolens is door terugtrekkende Duitse soldaten opgeblazen.
Het prachtig mooie Glieuwenhuis werd door bommen compleet vernield. Tegenover de Plekenpol werd het Keupenhuis beschadigd, maar ook de Plekenpol werd geraakt.
Volgens een oude buurman stonden er naast het gebouw twee grote populieren waarboven in de boom de bom ontplofte en uitgerekend het oudste gedeelte (de oude zaal) compleet werd verwoest.
Hendrik Haack (directeur van Textielfabriek Meyerink) heeft toen de architect Dhr. Boonstra uit Leeuwarden de opdracht gegeven om een nieuw huis te bouwen. Voorwaarde was wel, dat er eerst een nieuwe plek moest komen voor de familie Nijmolen, die nog in het intacte gedeelte van het huis woonde. Dit nieuwe plekje is het huis aan de Badweg geworden, dat nog tot 1967 bij de Plekenpol hoorde.
Van de ruïne zijn grote hoeveelheden stenen afgedragen voor restauratiedoeleinden in Leeuwarden.
In 1948 is de eerste steen gelegd voor de nieuwbouw. Omdat het echtpaar Haack geen kinderen had, was het niet al te groot gebouwd. Op de eerste bovenverdieping was een grote slaapkamer met een bijhorende badkamer. Verder was er nog een gastenslaapkamer. Beneden was een garage, keuken, kantoor en een grote woonkamer.
Wilhelm en Marianne Everding, door vrienden en kennissen altijd bekend onder Willem en Nanny, woonden in 1966 nog in Bocholt (Duitsland). Willem en Nanny gingen toen vaak uit bij café de Vries in de oude Oliemölle. Daarna stonden ze altijd weer voor de poort van het huis, en droomden ervan hoe mooi het zou zijn om hier te kunnen wonen. Met twee kinderen en een dog. Via via kregen ze te horen dat het huis op gegeven moment te koop stond. Het echtpaar Haack gunden hun toen het huis. Mijnheer Haack hing enorm aan de plek en kwam nog jarenlang regelmatig langs.
In 1967 kwamen Willem en Nanny, samen met hun kinderen Babette, toen 2 jaar oud, en Tom, toen 10 dagen oud, op de Plekenpol wonen.
Rond 1976 begonnen de grote verbouwingen in en aan het huis. Omdat het huis voor 2 mensen was gebouwd, werd het al snel te klein voor het gezin van 4. De voormalige garage werd een eetkamer met achter in een badkamer. Het binnenpleintje werd overkapt en verbouwd tot de slaapkamer van de ouders. Kantoor werd de kleine woonkamer en de grote woonkamer bleef de zondagskamer. Op de bovenverdieping kregen de kinderen ieders een eigen slaapkamer. Achter in de tuin kwam een schuurtje,waar Nanny haar Duitse doggen hield. Er werd toen in de buurt verteld dat de Everding’s leeuwen hadden! Dit schuurtje werd al snel vervangen door een ander hondenhok. Voor de eetkamer werd een carport voor de auto gebouwd.
In de jaren daarop werd er een koetshuis/paardenstal gebouwd. Daarnaast kwam een zwembad met een badhuisje, waar eerder de moestuin van de Plekenpol was. Voor in de tuin werd in theehuisstijl een hondenhok gebouwd.
De kelder was oorspronkelijk via twee trappen te bereiken. De voorraadkelders konden via de keuken bereikt worden, en de achterste kelder via een trap door de garage. De eerste kelder was een kolenopslag. Willem wilde de kelders met elkaar verbinden, wat ertoe heeft geleid dat hij twee weken lang elke avond met een pneumatische hamer een doorgang moest slaan. Dit, omdat een groot gedeelte van het huis zich nog bevindt op de oude kasteelfundamenten. Aan de achterkant van het huis lopen ze ongeveer vijf meter achter het huis en aan de voorkant lopen de fundamenten tot ongeveer waar de molenstenen staan.
Deze molenstenen zijn tevoorschijn gekomen tijdens de bouw van de carport (na een tip van buurman Nijmolen). De vraag is waarom men zich ooit de moeite heeft gemaakt de stenen van de watermolens tot aan het huis te slepen om ze daar in de grond te laten verdwijnen. We weten wel dat onder het plein ook nog kelders waren die waarschijnlijk opgevuld moesten worden. Wat zou daar nog meer liggen? Tijdens tuin werkzaamheden kwam ook de oude put aan de zuidzijde weer tevoorschijn, deze heeft men in 1948 dichtgemaakt. Vermoedelijk vond men een put niet passen bij het landhuis.
Tijdens de verbouwingen is er altijd op gelet om de stijl van het huis te behouden. Grote gedeeltes zijn nog zoals in 1948, waardoor het huis en omgeving eind 2025 de status van het gemeentemonument heeft gekregen.
Het koetshuis heeft jaren als paardenstal en koetsopslag gediend. Uiteindelijk werd het veranderd tot een mantelzorgwoning, waardoor er nog jarenlang oud en jong konden samenwonen op het erf.
In 2026 heeft het koetshuis een eigen huisnummer gekregen, waardoor ook nu weer meerdere generaties kunnen samenleven op de Havezathe Plekenpol. Dit is voor het onderhoud en behoud van het landgoed van essentieel belang. Uit het verleden is gebleken dat het onderhoud vanaf een bepaalde leeftijd te veel is. Hoe fijn is het, dat de mogelijkheid er is, dat jong en oud kunnen genieten van deze mooie plek. Op het ogenblik is het koetshuis een vakantiewoning.
Hier nog een artikel uit het blad, De vrouw en haar huis – uit 1950.